
fïge bloemvazen staan. Toen hij zelf een
peuter was,
dronk hij eruit. Het bekertje is rood en heeft twee
handvatten. Op de voorkant staat een plaatje van een
jongetje. Die zit uit net zo'n bekertje te drinken. Erik
kan zich nog herinneren dat hij daar altijd naar keek.
Naar dat jongetje dat zelf ook weer een bekertje had.
Met, als je maar goed genoeg zou kunnen kijken, op
dat bekertje... Erik weet zeker dat het drinken anders
smaakte dan uiteen gewone niets-bijzonders-beker
met één handvat en geen plaatje.
Hij spoelt de beker om en doet er limonade
in. 'Zul
je eens zien,' denkt hij, 'hoe blij Jeroentje daarvan
wordt.'